
Airbags zijn ontwikkeld om de kans op ernstig letsel bij een ongeluk te verkleinen. Tijdens een botsing wordt het lichaam door de kracht van de impact naar voren of opzij geslingerd. Zonder extra bescherming bestaat de kans dat iemand hard tegen het stuur, het dashboard, de zijruit of andere delen van de auto terechtkomt. Een airbag vormt op dat moment een tijdelijk kussen tussen de inzittende en de auto. Airbags werken daarbij samen met de autogordel en zijn geen vervanging ervan.
Een moderne auto heeft vaak meerdere airbags. De bekendste zitten in het stuur en aan de kant van de voorpassagier, maar tegenwoordig zijn er ook zijairbags, gordijnairbags en soms zelfs knieairbags aanwezig. Elke airbag heeft een eigen taak en beschermt een specifiek deel van het lichaam.
Een airbag zit opgevouwen achter een afdekkap. Zodra sensoren een zware botsing registreren, sturen ze een signaal naar het systeem. Vervolgens wordt een gasgenerator geactiveerd en blaast de airbag zich in een fractie van een seconde op. Volgens de ANWB duurt dit ongeveer 0,03 seconde. Daarna loopt de airbag direct weer leeg, zodat de inzittende niet belemmerd wordt in zijn bewegingen.
Dat snelle proces is nodig, omdat een botsing in een zeer korte tijd plaatsvindt. Het menselijk lichaam heeft dan geen tijd om zichzelf op te vangen. Juist daarom is die combinatie van techniek zo belangrijk. De gordel houdt iemand op zijn plek en de airbag helpt de kracht van de klap te verdelen.
Soms ontstaat het idee dat een airbag voldoende bescherming biedt. Dat klopt niet. Zonder gordel kan iemand alsnog verkeerd tegen een opgeblazen airbag terechtkomen. Dat vergroot juist de kans op letsel.
Auto’s zijn daarom ontworpen met het uitgangspunt dat bestuurder en passagiers hun gordel dragen. De verschillende veiligheidssystemen ondersteunen elkaar. Als één onderdeel ontbreekt, werkt de bescherming minder goed.
Ook de zithouding speelt een rol. Rechtop zitten en voldoende afstand houden tot het stuur zorgen ervoor dat een airbag goed kan functioneren. De ANWB waarschuwt daarnaast voor het omhoog leggen van de voeten op het dashboard. Bij een ongeluk kan dat ernstige verwondingen veroorzaken wanneer de airbag afgaat.
Bij een achterwaarts geplaatst babyzitje op de voorpassagiersstoel moet de passagiersairbag worden uitgeschakeld. Een opengaande airbag kan namelijk veel kracht ontwikkelen en gevaarlijk zijn voor jonge kinderen. Hoe dit gebeurt, verschilt per auto. Soms kan dit met een schakelaar en soms moet dit via een garage worden geregeld.
Bij oudere kinderen gelden de instructies van de autofabrikant en de richtlijnen voor kinderzitjes. Daarom is het verstandig om altijd de handleiding van de auto te raadplegen.
Mensen denken soms dat airbags bij ieder ongeluk moeten afgaan, maar dat is niet het geval. Het systeem bepaalt aan de hand van de richting en de kracht van de botsing of activering nodig is.
Bij een aanrijding van achteren gaan de voorste airbags meestal niet af. De inzittenden worden dan vooral opgevangen door de stoel en de hoofdsteun. Een airbag zou in zo'n situatie weinig extra bescherming bieden.
Daarnaast werken moderne airbagsystemen vaak afzonderlijk van elkaar. Dat betekent dat alleen de airbags worden geactiveerd die op dat moment nodig zijn.
Auto’s zijn door de jaren heen steeds verder ontwikkeld op het gebied van veiligheid. Airbags vormen daar een belangrijk onderdeel van. Toch staan ze nooit op zichzelf. Een goede zithouding, een correct gedragen gordel en het juiste gebruik van kinderzitjes blijven minstens zo belangrijk.
Het doel van een airbag is uiteindelijk eenvoudig. De impact van een botsing opvangen, zodat de kans op ernstig letsel kleiner wordt. Dat gebeurt in een paar honderdsten van een seconde, maar die korte reactie kan een groot verschil maken.
Terug naar overzicht